Vraag en antwoord over de Zuid-Afrikaanse genocidezaak tegen Israël

11.11.11 en Liga voor Mensenrechten schetsen zaak in 7 krachtlijnen

Op 11-12 januari begint in Den Haag de genocidezaak die Zuid-Afrika aanspande tegen Israël. Liga voor Mensenrechten en 11.11.11 maakten een Q&A op voor journalisten en andere geïnteresseerden die deze belangrijke zaak opvolgen.

1. Waar gaat de zaak juist over?

Op 29 december 2023 diende Zuid-Afrika een uitgebreide aanklacht in bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag. In het 84 pagina’s tellende dossier wordt op gedetailleerde wijze uiteengezet hoe Israël zich volgens Zuid-Afrika schuldig maakt aan de misdaad van “genocide”. In totaal formuleert Zuid-Afrika negen aanklachten tegen Israël, waaronder het plegen van genocide, het niet bestraffen van aanzetten tot genocide en het verhinderen van internationale onderzoeksteams om genocidaire daden te onderzoeken.

Zuid-Afrika vraagt het Hof niet alleen om zich ten gronde uit te spreken over deze genocideaanklachten, maar ook om onmiddellijk een reeks van “voorlopige maatregelen” op te leggen, waaronder een onmiddellijke opschorting van de militaire operaties, volledige en ongehinderde humanitaire toegang; toegang voor internationale onderzoekers tot Gaza, en een onmiddellijk einde aan elke vorm van gedwongen verplaatsing.

Zoals ook benadrukt in de Zuid-Afrikaanse aanklacht, en tijdens de eerste hoorzitting voor het Hof op 11 januari 2024, staat een beslissing over dergelijke “voorlopige maatregelen” grotendeels los van de vraag ten gronde (maakt Israël zich schuldig aan genocide?). Er moet enkel sprake zijn van een “plausibel” risico van genocide om alvast voorlopige maatregelen op te leggen, wat zo is volgens talloze experts (zie verder).

2. Hoe wordt “genocide” gedefinieerd?

Het is erg belangrijk te benadrukken dat de beschuldiging van “genocide” terugvalt op een duidelijk omschreven juridisch concept, die zowel een materieel als een intentioneel element omvat. De definitie stamt uit de Genocideconventie van 1948:

Genocide means any of the following acts committed with intent to destroy, in whole or in part, a national, ethnical, racial or religious group, as such: (a) Killing members of the group; (b) Causing serious bodily or mental harm to members of the group; (c) Deliberately inflicting on the group conditions of life calculated to bring about its physical destruction in whole or in part; (d) Imposing measures intended to prevent births within the group; (e) Forcibly transferring children of the group to another group.”

De afgelopen maanden waarschuwden tal van instanties en experts reeds, op basis van deze definitie, dat er zich in Gaza een genocide voltrekt, of dat er een ernstig risico daarop is. Niet alleen Palestijnse mensenrechtenorganisaties waar 11.11.11 nauw mee samenwerkt, maar ook meer dan 800 onderzoekers in internationaal recht en in genocide- en holocauststudies.

Een soortgelijk geluid valt te horen bij de wereldvermaarde Israëlische genocide-expert Omar Bartov, het UN Committee on the Elimination of Racial Discrimination, een groep van 22 Speciale Rapporteurs van de Verenigde Naties en 28 leden van VN-expertgroepen, een voormalige topmedewerker van het VN-Mensenrechtenbureau en de gereputeerde Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Center for Constitutional Justice.

Niet onbelangrijk is ook dat verschillende Westerse landen (zoals Canada, Frankrijk, Denemarken, Nederland en het Verenigd Koninkrijk) in andere genocidezaken voor het Internationaal Gerechtshof (Gambia vs Myanmar) twee maanden geleden ijverden voor een brede interpretatie van de genocidedefinitie. Ze stelden daarbij onder meer dat het aantal slachtoffers niet centraal dient te staan bij de vraag of er sprake is van een intentie tot vernietiging, dat dergelijke intentie niet alleen kan blijken uit het onmiddellijk doden van mensen maar ook uit het creëren van omstandigheden die uiteindelijk leiden tot dodelijke slachtoffers (zoals het verhinderen van voedsel of medische hulp), dat de gedwongen verplaatsing van burgers belangrijk bewijs kan zijn om een “intentie” aan te tonen, en dat de bewijslast voor “ernstige fysieke of mentale schade” lager is in het geval van kinderen.

3. Wat staat er juist in de aanklacht?

De Zuid-Afrikaanse aanklacht biedt een gedetailleerd overzicht van de verschillende elementen die deel uitmaken van de genocidedefinitie (de materiële component), en hoe het Israëlische optreden in Gaza hiermee overeenkomt.

De afgelopen drie maanden doodde het Israëlische leger meer dan 23.000 Palestijnen, waarvan naar schatting minstens 70 procent vrouwen en kinderen, meer dan 58.000 Palestijnen werden verwond. Het Israëlische leger gebruikte daarbij honderden bommen van 900 kilo, op één van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld.

85% van de bevolking, meer dan 1,9 miljoen mensen, is gedwongen verplaatst. VN-woordvoerders hebben het over een “oorlog tegen kinderen” en een “niet-aflatende oorlog tegen het gezondheidssysteem”. De Wereldgezondheidsorganisatie spreekt dan ook van een “wrede campagne tegen de hele bevolking van Gaza”. Honderden ziekenhuizen, scholen, VN-gebouwen, moskeeën, kerken, vluchtelingenkampen, bakkerijen, landbouwgronden, nutsvoorzieningen en hele wijken worden op systematische wijze aangevallen. Minstens 60% van alle gebouwen in Gaza is volledig of gedeeltelijk verwoest.

Meer dan 311 gezondheidswerkers, 103 journalisten, 40 reddingswerkers, 209 onderwijzers en 144-VN-medewerkers werden gedood. De burgerbevolking in Gaza wordt doelbewust uitgehongerd en de toegang tot water, elektriciteit en brandstof ontzegd. Experts waarschuwen dat het aantal doden door ziektes en epidemieën een veelvoud kan vormen van het aantal doden door direct legergeweld.

Om te kunnen spreken van een “genocide” is het echter essentieel om ook een specifieke intentie (de mentale component) te kunnen aantonen. Het Zuid-Afrikaanse dossier citeert daarbij onder meer de Israëlische Premier, President, minister van Defensie, minister van Nationale Veiligheid, minister van Buitenlandse Zaken, legercommandanten en – woordvoerders, en tal van Israëlische parlementsleden en publieke figuren, inclusief:

  • Eerste Minister Netanyahu, die op 28 oktober 2023 stelde “you must remember what Amalek has done to you, says our Holy Bible. And we do remember”. De bijbelpassage waarvan sprake luidt als volgt: Now go, attack Amalek, and proscribe all that belongs to him. Spare no one, but kill alike men and women, infants and sucklings, oxen and sheep, camels and asses.”
  • President Herzog, die op 12 oktober 2023 stelde dat er geen onschuldige burgers in Gaza zijn: “It’s an entire nation out there that is responsible. It’s not true this rhetoric about civilians not aware, not involved. It’s absolutely not true. … and we will fight until we break their backbone.”
  • Defensieminister Gallant, die op 9 oktober 2023 een “complete belegering” van Gaza aankondigde. “No electricity, no food, no water, no fuel. Everything is closed. We are fighting human animals and we are acting accordingly (…) We will eliminate everything.”
  • Minister van Nationale Veiligheid Ben-Gvir, die op 10 november 2023 het volgende stelde: ​ “When we say that Hamas should be destroyed, it also means those who celebrate, those who support, and those who hand out candy — they’re all terrorists, and they should also be destroyed.”
  • Een Israëlische legergeneraal, die in een videoboodschap op 9 oktober Hamas én de Gazaanse burgerbevolking bedreigde met de woorden “you wanted hell, you will get hell”.
  • Een Israëlische legercommandant in Gaza, die op 21 december 2023 in een video stelde dat het Israëlische leger de stad Beit Hanoun had bereikt en dat “we hier gedaan hebben wat Shimon en Levi deden in Nablus”. De bijbelpassage waarvan sprake luidt als volgt: “On the third day, when they were in pain, Simeon and Levi, two of Jacob’s sons, brothers of Dinah, took each his sword, came upon the city unmolested, and slew all the males”.

4. Waarom is er geen zaak tegen Hamas?

De Zuid-Afrikaanse aanklacht opent met een duidelijke veroordeling van Hamas:

“South Africa unequivocally condemns all violations of international law by all parties, including the direct targeting of Israeli civilians and other nationals and hostage-taking by Hamas and other Palestinian armed groups. No armed attack on a State’s territory no matter how serious — even an attack involving atrocity crimes —can, however, provide any possible justification for, or defence to, breaches of the 1948 Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide (‘Genocide Convention’ or ‘Convention’), whether as a matter of law or morality.”

Het Internationaal Gerechtshof is echter enkel bevoegd voor disputen tussen staten, niet voor disputen tussen staten en niet-statelijke actoren zoals Hamas, en treedt op als “scheidsrechter” als staten een verschillende interpretatie hebben van internationale verdragen waar ze partij bij zijn.Het Internationaal Strafhof, daarentegen, is bevoegd om individuen (inclusief Hamas-leiders) te vervolgen voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid,genocide en daden van agressie

Voor 11.11.11 is het uiteraard ook belangrijk dat het Internationaal Strafhof de Hamas-aanvallen van 7 oktober 2023, het nemen van gijzelaars, en de raketbeschietingen op Israël grondig onderzoekt. Daarbij is eveneens sprake van oorlogsmisdaden en/of misdaden tegen de menselijkheid, die nooit ongestraft mogen blijven. Of Hamas op 7 oktober ook een genocide pleegde, staat volgens juridische experts veel meer ter discussie maar het is alleszins belangrijk dat het Internationaal Strafhof dit allemaal kan onderzoeken. Vandaar ook dat 11.11.11, vanaf dag 1, consequent pleitte voor politieke en financiële Belgische steun aan het Palestina-onderzoek van het Internationaal Strafhof, wat ondertussen ook gebeurde.

5. Wat zal er nu gebeuren?

Het onderzoek ten gronde van het Internationaal Gerechtshof, betreffende de vraag of Israël genocide pleegt, zal wellicht jaren aanslepen. Op korte termijn vraagt Zuid-Afrika het Internationaal Gerechtshof echter ook om Israël een reeks van voorlopige maatregelen op te leggen, waaronder een onmiddellijke opschorting van de militaire operaties, volledige en ongehinderde humanitaire toegang, toegang voor internationale onderzoekers tot Gaza, en een onmiddellijk einde aan elke vorm van gedwongen verplaatsing.

De hoorzittingen die op 11 en 12 januari 2024 plaatsvinden hebben enkel betrekking op de vraag tot voorlopige maatregelen. Enkel de juridische teams van Zuid-Afrika en Israël kunnen hierbij het woord nemen. ​ Een uitspraak van het Hof over eventuele voorlopige maatregelen wordt uiterlijk eind januari 2024 verwacht.

6. Wat kunnen de concrete gevolgen zijn?

Als het Internationaal Gerechtshof Israël effectief een reeks van voorlopige maatregelen oplegt, zal het land deze vermoedelijk naast zich neerleggen. In principe kan de VN-Veiligheidsraad vervolgens extra maatregelen treffen om uitvoering te garanderen, maar gezien de rol van de Verenigde Staten (dat een vetorecht heeft in de Veiligheidsraad) lijkt dat onwaarschijnlijk.

Dat betekent echter niet dat een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof louter symbolisch is. Hoewel een uitspraak van het Hof over voorlopige maatregelen geen “silver bullet” is, zou de internationale druk op Israël enorm toenemen. Hoe dan ook kan zo’n uitspraak de timing van een uiteindelijk staakt-het-vuren kunnen versnellen, kan het directe invloed hebben op het volume van humanitaire hulp die Gaza binnenkomt en de toegang van internationale onderzoekers tot Gaza, en kan het ervoor zorgen dat Israël Palestijnen toelaat terug te keren naar hun stad of dorp. Een uitspraak over voorlopige maatregelen zou ook de binnenlands-politieke druk op de Amerikaanse President Biden gevoelig versterken, waarbij bepaalde delen van het Democratische Partij en electoraat in de aanloop naar de Amerikaanse Presidentsverkiezingen steeds meer kritiek uiten op het Gazabeleid van Biden.

Als het Hof vervolgens met een uitspraak ten gronde zou komen, die zegt dat Israël zich schuldig maakt aan genocide, zijn de gevolgen voor Israël niet te overzien. Israël is dan officieel een genocidepleger, wat wellicht een katalysator kan en zal zijn voor wapenembargo’s en economische sancties. Het is bijvoorbeeld moeilijk in te beelden hoe de EU nog een Associatieakkoord kan voortzetten met een land dat veroordeeld is voor het plegen van genocide. Ook kan een uitspraak van het Hof aanleiding geven tot een reeks van rechtszaken, waarbij regeringen die wapens leveren aan Israël voor een nationale rechtbank gedaagd worden.

De Amerikaanse “Leahy Law” verbiedt de Amerikaanse regering bovendien om militaire steun te geven aan buitenlandse legers als er een ernstig risico is dat die wapenleveringen bijdragen aan mensenrechtenschendingen. In geval van een veroordeling door het Internationaal Gerechtshof lijkt het bovendien onvermijdelijk dat de Openbaar Aanklager van het Internationaal Strafhof, Karim Khan, zijn lopende onderzoek zal uitbreiden naar genocideaanklachten. In dat geval is de kans reëel dat individuele politieke en militaire leiders zich vroeg of laat zullen terugvinden in de beklaagdenbank in Den Haag. In dat geval zal de Openbare Aanklager ook arrestatiebevelen uitvaardigen, die door verdragspartijen bij het Strafhof (waaronder alle EU-lidstaten) uitgevoerd dienen te worden.

7. Wat kan België doen?

België heeft een juridische verantwoordelijkheid, als verdragspartij bij Genocideconventie, om actie te ondernemen tegen genocide, of een ernstig risico dat genocide zal plaatsvinden. Dit werd recent ook uitdrukkelijk erkend door België, toen het actief deelnam aan een soortgelijke genocidezaak tussen Rusland en Oekraïne.

Aangezien de door Zuid-Afrika gevraagde “voorlopige maatregelen” volledig in lijn liggen met het Belgische Gazabeleid, verwacht 11.11.11 dat de federale regering duidelijk maakt dat het de door Zuid-Afrika gevraagde maatregelen steunt én voorstander is van een grondig onderzoek door het Internationaal Gerechtshof. ​

Steun aan de door Zuid-Afrika gevraagde voorlopige maatregelen zou eigenlijk evident moeten zijn voor België. Daarnaast moet de federale regering actief deelnemen aan de verdere (schriftelijke) beraadslagingen over de vraag of Israël zich schuldig maakt aan genocide en ervoor zorgen dat België op geen enkele manier bijdraagt aan wapenleveringen richting Israël.

Politieke partijen die desondanks een onderzoek door het Internationaal Gerechtshof een slecht idee vinden, moeten minstens duidelijk maken welke alternatieve pistes ze zien om de druk op Israël te verhogen om te komen tot een staakt-het-vuren en volledige humanitaire toegang. Partijen die daarnaast ervan overtuigd dat er geen sprake kan zijn van genocide, zouden ook met evenveel vertrouwen een onafhankelijk onderzoek kunnen tegemoet kijken en zich hier dus niet tegen verzetten.

België is voorzitter van de Europese Raad van januari tot en met juni 2024. ​ Uiteraard is de prioritaire rol van de voorzitter om besluitvorming mogelijk te maken en dit vraagt een sterk diplomatieke aanpak. Het argument dat België als EU-voorzitter echter “niet moet bruuskeren” en zich moet focussen op het zoeken van een “consensus” binnen de EU, schiet volgens 11.11.11 ernstig te kort. Iedereen die de Europese politiek over Gaza volgt, wéét dat de posities van verschillende EU-lidstaten over de situatie in Gaza fundamenteel onverzoenbaar zijn. Er is geen consensus en er zal ook geen consensus zijn, tenzij die “consensus” erin bestaat om af te zakken tot het Duits-Hongaars-Oostenrijkse standpunt van onvoorwaardelijke steun aan Israël. Dat is feitelijk een pleidooi voor een status-quo, een carte blanche voor nog meer geweld en burgerslachtoffers.

De escalerende situatie in Palestina, Israël en de bredere regio vandaag doorbreekt bovendien de agenda op langere termijn en daagt net het leiderschap van België uit om in dergelijke acute crisissituatie voor miljoenen mensen in de regio (niet enkel in Palestina, maar ook Yemen, Syrië, Libanon, etc.) ervoor te zorgen dat mensenrechten en de rechten van burgerslachtoffers, eender waar ze geboren zijn, altijd voorop moeten staan. Het is aan België als voorzitter om net de kern van de Europese waarden te beschermen en uit te dragen: nooit meer oorlog en mensenrechten zijn er voor iedereen.


Verdere toelichting en interviews beschikbaar door Willem Staes, expert Midden-Oosten bij 11.11.11

Foto Reuters ©

Kenny  Van Minsel

Kenny Van Minsel

Persverantwoordelijke - press officer, 11.11.11

 

 

 

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over 11.11.11

11.11.11 is de koepel van internationale solidariteit. 
Wij willen uitbuiting de wereld uit. Iedereen – waar ook ter wereld - heeft recht op een menswaardig bestaan. Om echt iets te veranderen moeten macht en middelen eerlijker worden verdeeld. We richten onze blik dan ook op de wereld en stellen het huidige systeem in vraag. Een rechtvaardige wereld voor mens en natuur kan als we samen druk zetten. Met 11.11.11 brengen wij mensen, groepen en organisaties bijeen om die verandering waar te maken. Want samen staan we sterker dan alleen.

11.11.11. Strength in numbers.

Contact